Raadpleging « Hondsdolheid»:

Wat is blootstelling aan hondsdolheid (rabiës)? Het rabiësvirus kan worden overgedragen via contact met het speeksel van een besmet zoogdier via een beet/krab of slijm (likken).

Welke dieren lopen kans op hondsdolheid? Alle zoogdieren behalve in West-Europa, Japan en Australië. In België kunnen enkel vleermuizen drager van hondsdolheid zijn. De eerste voorzorgsmaatregel is nauw contact met deze dieren vermijden, hoe sympathiek u ze ook vindt. Een hondsdol dier is niet altijd agressief en kan integendeel abnormaal kalm zijn.

Tijdens een reis is het vooral opletten voor honden, katten en apen.

Wanneer de ziekte bij de mens uitbreekt (enkele weken tot meerdere maanden na contact) is ze altijd dodelijk omdat ze de hersenen aantast.

Als u gebeten wordt: maak de wonde zo snel mogelijk gedurende tien minuten met water en veel zeep schoon (wat al een deel van het virus verwijdert), ga vervolgens naar een plaatselijk ziekenhuis voor vaccins tegen hondsdolheid. Hondsdolheid is een van de weinige ziekten waarbij vaccinatie na contact tegen infectie beschermt, maar ze moet zo snel mogelijk toegediend worden.

Terug in België:

Blootstelling met bloeding: u moet  immunoglobulinen (serum) krijgen in de wonde. Contacteer het Instituut voor Tropische Geneeskunde in Antwerpen als dat nog niet gebeurd is in het land waar u werd blootgesteld. Dat kan op werkdagen (9u-12u en 13u-17u in de week) op het nummer 0902 88 0 88 . Contacteer buiten de diensturen het UZ Antwerpen op het nummer 03 821 30 00.

Als de wonde niet gebloed heeft of u hebt al immunoglobulinen gekregen, kom dan voor het vervolg van uw behandeling (opvolging vaccins, aangifte) naar de Travel & Vaccine Clinic.