Burn-out = opbranden

Het concept burn-out werd in de jaren 70 geïntroduceerd. Het is een bijzonder syndroom met als kenmerken: emotionele uitputting, het vervreemden van anderen en een gevoel van onbekwaamheid, veroorzaakt door stresserende werkomstandigheden.

Een burn-out hebben, is uitgeblust zijn, instorten en bezwijken door excessief hoge eisen qua energie, kracht, middelen. Het syndroom installeert zich geleidelijk en sluipend.

De gevolgen van een burn-out kunnen ernstig zijn zoals mentaal lijden en een verhoogd risico op depressie, concentratie- en geheugenstoornissen, angst en prikkelbaarheid. Ze kunnen een weerslag hebben op het sociale, affectieve en familiale leven en zelfs tot het verlies van de wil om te leven leiden. Vaak zien we ook somatische stoornissen opduiken (migraine, spierpijn, slaapstoornissen maagproblemen…).

Wat zijn de risicofactoren?

  • Beroep met veel menselijk contact (verzorger, leerkracht, winkelier, veiligheidsberoep…) en een hoge emotionele belasting
  • Slecht management of gebrekkige organisatie op het werk
  • Grote werklast en weinig tijd om hem te beheren
  • Geen erkenning, geen loopbaanperspectieven
  • Waardeconflicten
  • Gebrek aan sociale steun, autonomie
  • Werkonzekerheid
  • Zeer (te) hoge professionele eisen
  • Grote professionele toewijding, perfectionisme
  • Weinig interessant werk

Wat zijn waarschuwingssignalen?

Stress en (hyper)aanpassing aan stress! Het herhaaldelijk en chronisch verminderen van de emotionele betrokkenheid om met het lijden te kunnen omgaan.

Vaak is er eerst een fase van frenesie (bezetenheid): professioneel hyperactief zijn, het gevoel onmisbaar te zijn, vrijwillig en onbetaald overuren maken, geen afstand kunnen nemen.

Die toestand leidt vervolgens naar desinvestering: steeds minder investeren in menselijke relaties en activiteiten, het verlies van empathie tot cynisme, almaar vaker pauzes nemen, nog moeilijk kunnen geven of luisteren. Dat kan tot een toestand leiden die burn-out genoemd wordt.

Procedure

Wij starten met een eerste diagnostische evaluatiefase:

  1. Eerste gesprek: analyse van de vraag met de psychiater
  2. Zelf in te vullen vragenlijsten
  3. Drie psychologische gesprekken: diagnostische evaluatie

Daarop volgt een debriefing met de patiënt en de zorgverleners (psychiater, psychologe). Wij maken de besluiten ook over aan uw doorverwijzende huisarts.

Tot slot doen wij voorstellen tot opvolging, aangepast aan uw situatie:

  • Korte analytische psychotherapie
  • Psychofarmacalogische behandeling
  • Gespreksgroepen

Uurroosters disponibles

  Maa Din Woe Don Vri Zat
Voormiddag            
Namiddag            

Verantwoordelijken van het medische team