Interventionele cardiologie

De kransslagaders voeden de hartspier en voorzien ze van zuurstof. Door sommige risicofactoren zoals tabagisme, hypertensie, diabetes, hoge cholesterol en erfelijkheid kunnen de kransslagaders geleidelijk beschadigd raken en verstoppen.


Er zijn twee soorten onderzoeken:

Coronarografie

Coronarografie is een diagnostisch onderzoek met röntgenstralen. De toestand van de kransslagaders wordt zichtbaar gemaakt door het injecteren van kleurstof op basis van jodium. Die contrastvloeistof wordt met behulp van een lange katheter (dun buisje) via de pols of de lies ingespoten. Het onderzoek verloopt onder lokale anesthesie en is niet pijnlijk.


Angioplastie

Deze operatie gebeurt meestal tijdens de coronarografie of kan later geprogrammeerd worden.

Angioplastie behandelt de letsels van de slagaders door ze te dilateren met een ballon, waardoor de atherosclerotische plaque verpletterd wordt en de slagader kan geopend worden.

Dat gebeurt met hetzelfde soort katheter als voor een coronarografie, via de pols of de lies. Als de kransslagader goed gedilateerd is, wordt een stent (soort veertje) – ook endoprothese genaamd - geplaatst om de slagader open te houden en het risico dat de ader opnieuw vernauwt (restenose) te beperken. De stent blijft permanent in de slagader, tenzij de stent resorbeerbaar is.

 

Ontdek hier onze brochure met uitleg over coronarografie en angioplastie (voor, tijdens en na de interventie)