Cardiologie
Diensthoofd | Prof. Jean-Luc VANDENBOSSCHE
Secretariaat | Mevr. Anne WENNEGERS
Focus | Interventiecardiologie
De interventiecardiologie heeft zich ontwikkeld vanaf de jaren 80 en heeft de behandeling van coronaire aandoeningen (aandoeningen van de kransslagaders), ritmestoornissen, klepaandoeningen, myocardaandoeningen en aangeboren afwijkingen radicaal veranderd. Door technologische vooruitgang en fundamentele ontdekkingen op het gebied van de mechanismen van hartziekten blijft deze discipline zich verder ontwikkelen.
Wij beoefenen de interventiecardiologie sinds 1990. Het is een belangrijk deel van de activiteit, in het bijzonder voor acute coronaire behandelingen. Wij hebben een specifieke aanpak uitgewerkt voor de optimale behandeling van patiënten met een myocardinfarct na volledige afsluiting van een kransslagader (STEMI), bij wie zo snel mogelijk de slagader opnieuw moet worden vrijgemaakt.
Er bestaat een hechte coördinatie tussen de dienst medisch ziekenvervoer, de spoedafdeling, de afdeling coronaire intensieve zorg (hartbewaking) en de afdeling interventiecardiologie. Bovendien grenst de coronaire afdeling aan de afdeling interventiecardiologie, zodat er sprake is van een "super"-afdeling Coronaire aandoeningen, die beschikt over het volledige gamma van diagnose- en therapietechnieken (ecg, echografie, inspanningsproef, coronariografie (coronairangiografie: röntgenonderzoek van de kransslagaders), angioplastiek, elektrofysiologisch onderzoek voor diagnose en interventie).
Er worden jaarlijks meer dan honderd patiënten met dergelijk infarct behandeld, op elk uur van de dag of de nacht, in optimale omstandigheden, in het bijzonder door de systematische toepassing van de radiale toegangsweg in plaats van de femorale weg: het is inderdaad van essentieel belang om niet alleen het verstopte bloedvat weer open te maken, maar ook een belangrijke bloeding te vermijden, die de mortaliteit kan vervijfvoudigen. Maar de acute dotterbehandeling wordt uitgevoerd terwijl de patiënt verschillende geneesmiddelen krijgt die de bloedstolling verlagen, om zo te helpen om de trombus te resorberen. Daar staat een heviger bloeden tegenover, in het bijzonder op de vasculaire punctieplaats. De femorale arterie, die dikwijls atheromateus is of zelfs verkalkt, ligt dieper en bloeding op het punctiepunt is niet uitzonderlijk, ondanks het gebruik van een hemostasehulpmiddel (collageentampon). Bloedingen ter hoogte van de radiale arterie zijn virtueel onbestaand, omdat de arterie dun is, erg gemakkelijk dicht te drukken, beperkt atheromateus, indien ze gebruikt worden door ervaren practici, die dagelijks en systematisch deze toegangsweg gebruiken.
De interventiecardiologische activiteit omvat uiteraard ook de meer electief uitgevoerde angioplastiek voor een acuut coronair syndroom zonder volledige afsluiting en bij zware, chronische coronaire insufficiëntie die onvoldoende reageert op medicijnbehandeling. In totaal worden jaarlijks 400 procedures uitgevoerd, hetzij ongeveer 50% van de patiënten die een coronarografie ondergaan. Deze worden aangevuld door gesofisticeerde endovasculaire technieken: drukmeting voor het berekenen van de fractionele coronaire reserve (FFR), en endocoronair ultrasoononderzoek dat de morfologie van de atheroomplaques verduidelijkt, en het plaatsen van stents.
Elektrofysiologische diagnose en interventie wordt uitgevoerd, hetzij voor het vaststellen van de induceerbaarheid van persistente ventriculaire aritmie ondanks een behandeling van de ritmestoornis met geneesmiddelen, ofwel om definitief een afwijkend circuit dat ritmestoornissen genereert te onderbreken, door radiofrequente ablatie. Deze techniek wordt hoofdzakelijk toegepast bij voorkamerflutter en in bepaalde gevallen van supraventriculaire tachycardie.
De recente snelle ontwikkelingen in de Interventiecardiologie op het gebied van aortastenose van de oudere patiënt zal zorgen voor een uitbreiding van de activiteit van de Interventiecardiologie naar de kleppathologie. Aaortastenose blijft nu dikwijls onbehandeld vanwege het uitzonderlijk chirurgisch risico.
Ten slotte vormt het gebruik van geselecteerde stamcellen uit beenmerg door inspuiting in de kransslagader een beloftevol onderzoekspad in de behandeling van ventriculaire dysfunctie door vernietiging van het myocardium. Deze twee laatste technieken zullen in de loop van 2009 ingevoerd worden ter gelegenheid van de ingebruikname van een tweede coronarografiezaal.
De dienst medische cardiologie kan als een complete dienst beschouwd worden in die zin dat ze beantwoordt aan het criterium B2 (d.w.z. erkend voor het uitvoeren van invasieve procedures op de kransslagaders) èn aan het criterium E (d.w.z. erkend voor het uitvoeren van elektrofysiologische exploraties voor diagnose en ablatie).
De dienst werkt nauw samen met de dienst hartchirurgie van het UMC Sint-Pieter die aan het criterium B3 beantwoordt.
Activiteitsgebieden
In lijn met de opdracht van openbare ziekenhuizen in het algemeen, richten de kernactiviteiten zich op spoedzorg. Enerzijds de acute coronaire zorg waarvoor de dienst op een optimale en permanente wijze onmiddellijke angioplastiek uitvoert langs minimaal-invasieve radiale weg en in een specifieke coronaire eenheid met 12 bedden die zich naast de eenheid voor interventionele cardiologie met twee specifieke zalen bevindt. Anderzijds de niet-invasieve spitstechnieken van de echocardiografie met onder andere de traditionele echo en de inspanningsecho.
De dienst is erkend als universitaire stagedienst met een tiental cardiologen en een dertigtal verpleegkundigen en technici.


+32 (0)2 535 31 11 