Medische diensten

Hartchirurgie

Kliniekhoofd | Dr. Moncef MAATOUK

Secretariaat | Mevr. Claudine MINNE


Hartchirurgie is de specialiteit die de aandoeningen van het hart en van de grote thoraxbloedvaten behandelt. Zij richt zich vooral op 3 types van aandoeningen:

  • aandoeningen van de kransslagaders (slagaders die de hartspier voeden)
  • aandoeningen van de hartkleppen
  • en aangeboren misvormingen van het hart en van de grote bloedvaten

Meer nog dan andere specialismen steunt hartchirurgie op teamwerk. De rol van elk teamlid is hierbij erg belangrijk: cardiologen, anesthesisten, chirurgen, maar ook perfusionisten die de hart-longmachine bedienen, het team intensieve zorg, verpleegkundigen, kinesisten (fysiotherapeuten), enz.

De interventies

De coronaire bypass

Dit is de meest frequent uitgevoerde operatie in de ontwikkelde landen. Zij behandelt de vernauwing of de afsluiting van de kransslagaders, de slagaders die de hartspier voeden. Zij bestaat uit het inplanten van een ader (meestal een vena saphena uit het been) of een slagader (meestal de arteria mamaria interna) die als overbrugging dient om bloed over de vernauwde of de afgesloten zone te brengen. De indicaties zijn goed vastgelegd en de ingreep is aangewezen wanneer de techniek van angioplastiek met ballondilatatie niet mogelijk is. In bepaalde gevallen kan de ingreep op het kloppende hart uitgevoerd worden.

De klepvervanging

Dit is de vervanging van de defecte hartklep door een prothese. Er zijn twee types prothesen beschikbaar: De mechanische protheses gemaakt uit een synthetisch materiaal dat buitengewoon slijtvast is, en de biologische protheses of bio-protheses gemaakt uit biologisch weefsel van dierlijke oorsprong: runderpericard of varkensaortaklep. Beide protheses hebben voor- en nadelen. De keuze voor de ene of de andere berust vooral op het leeftijdscriterium. In bepaalde gevallen is het mogelijk de klep door valvuloplastiek te herstellen zonder deze te vervangen.

De chirurgie van de thoracale aorta

Aangewezen bij dilatatie (aneurysma) en bij dissecties. Zij wordt met of zonder reïmplantatie van de kransslagaders uitgevoerd.

De chirurgie van de hartritmestoringen

Wordt dikwijls samen met de klepchirurgie uitgevoerd wanneer de electrofysiologie-technieken niet mogelijk zijn.

De pacemaker

Het plaatsen van een hartstimulator (of pacemaker) wordt eveneens in ons departement uitgevoerd. Deze is nodig wanneer de geleiding van het weefsel tussen de voorkamers en de ventrikels deficiënt is. Deze insufficiëntie veroorzaakt een vertraging of zelfs een onderbreking van de hartactiviteit, met bewustzijnsverlies tot gevolg. De interventie verloopt meestal onder plaatselijke verdoving en vereist gemiddeld slechts 2 dagen hospitalisatie.

Verloop van de interventie

In het kader van een georganiseerde chirurgie wordt de patiënt meestal één of twee dagen vóór de ingreep opgenomen. Bij opname wordt een standaardbilan uitgevoerd: met name een bloedafname, een thoraxfoto en een elektrocardiogram.

Andere specifieke onderzoeken worden gepland in het kader van het preoperatieve onderzoek: coronarografie, echografie van het hart, Doppler van de carotiden, meten van de longcapaciteit …

De preoperatieve raadpleging bij een anesthesist maakt het mogelijk om de patiënt zo goed mogelijk op de ingreep voor te bereiden en eventuele pijnbestrijding te verzekeren.

De chirurgische ingreep

In de grote meerderheid van de gevallen wordt het hart bij middel van een «mediane sternotomie» benaderd, een incisie waarbij het sternum overlangs wordt doorgenomen. Dit gebeurt onder volledige verdoving.

Eens het hart vrij ligt, wordt de extracorporale bloedsomloop geïnstalleerd en gestart. Deze bestaat uit een pomp en een zuurstofapparaat en neemt de hartfunctie over (de bloedsomloop) en de longfunctie (de gasuitwisseling verzekeren). Daardoor kunnen hart en longen lang genoeg gestopt worden zonder schade aan de organen te veroorzaken. Dit laat de chirurg toe om de eigenlijke cardiale handeling te verrichten op een leeg en stilstaand hart.

Eens de herstelling van het hart voltooid, wordt het hart opnieuw gevuld, de samentrekkingen hervatten, de longen worden opnieuw geventileerd en de externe bloedsomloop wordt progressief gestopt.

Op het einde wordt de sternotomie in lagen gesloten en er blijven 2 of 3 drains in de borstholte.

Het verblijf op intensieve verzorging

Op het einde van de ingreep wordt de patiënt overgebracht naar de dienst voor intensieve verzorging. Hij is nog steeds onder narcose en beademd. Tijdens de eerste en meest delicate postoperatieve uren zullen zijn verschillende parameters nauwlettend in de gaten gehouden worden. Eens deze parameters gestabiliseerd zijn, zal hij progressief gewekt worden, zal de beademing afgebouwd worden en wordt hij geextubeerd. Het verblijf in de intensieve verzorging duurt gemiddeld 2 dagen, waarna de patiënt terug naar de verpleegeenheid gaat.

Het postoperatieve verblijf in de verpleegeenheid

Dit verblijf zal gemiddeld een week duren. Het klinisch onderzoek en bepaalde bijkomende routineonderzoeken verzekeren de afwezigheid van postoperatieve complicaties. Kinesitherapie wordt snel en actief begonnen. Het doel is de strijd tegen respiratoire complicaties en een zo snel mogelijk herwonnen autonomie.

De herstelperiode

Meestal kan de patiënt bij ontslag rechtstreeks naar huis.

Hij kan ook, indien hij dit wenst en zijn toestand het vereist, enkele weken verblijven in een herstelcentrum. In ieder geval wordt de voorzetting van de kinesitherapie en daarna de revalidatie sterk aanbevolen. Ze laten toe om de lichamelijke mogelijkheden en een herneming van de gewone activiteiten optimaal te herwinnen.

Een regelmatige medische opvolging is absoluut nodig na de ingreep: zij zal verzekerd worden door de huisarts en de cardioloog.

Historiek

Hoewel de meeste hartaandoeningen overvloedig beschreven en gedocumenteerd waren vanaf het begin van de 19de en de 20ste eeuw, werd de moderne hartchirurgie zoals ze vandaag beoefend wordt slechts sinds een vijftigtal jaren ontwikkeld. Tot aan het einde van de 19de eeuw oordeelden de grootste namen in de chirurgie het krankzinnig en «ontaard» om een hart te willen hechten. Ook kan men symbolisch stellen dat door voor het eerst met succes een hartwonde te hechten, Rehn in 1896 in Frankfurt de weg geopend had. Men heeft nochtans moeten wachten op de extracorporale bloedsomloop (ECB) om ingrepen op een leeg en stilstaand hart in alle veiligheid te kunnen uitvoeren.

De eerste echte ingreep op een open hart werd in 1953 in de Verenigde Staten uitgevoerd door dokter A. Gibbon die erin slaagde een intracardiale misvorming te herstellen door middel van een door hem uitgevonden hart-longmachine.

Sindsdien werd de ECB techniek steeds verder ontwikkeld, profiterend van de vooruitgang van de biomedische research, werd steeds betrouwbaarder en liet de hartchirurgie een snelle ontwikkeling doormaken, zowel op het vlak van de aangeboren malformaties als op het vlak van de verworven hartaandoeningen. Gelijktijdig hebben de vooruitgang van de anesthesie en van de reanimatie het mogelijk gemaakt om de indicaties uit te breiden en steeds zwaardere aandoeningen bij vaak oudere en kwetsbare patiënten met succes te opereren.

Medio de jaren 1990 werd de hartchirurgie - die zijn mature fase had bereikt – geconfronteerd met steeds beter presterende minimaal-invasieve technieken die zonder incisie een groeiend aantal hartaandoeningen behandelen, vooral van de kransslagaders. Deze wedijver heeft de ontwikkeling van nieuwe chirurgische benaderingen bevorderd, om gewettigde maar soms tegenstrijdige eisen te verenigen: een minder invasieve handeling, waar mogelijk minder duur maar zonder te raken aan de quasi absolute veiligheid geboden door de klassieke aanpak.

In het academisch ziekenhuis Sint-Pieter wordt de hartchirurgie weldra sinds 20 jaar bedreven. Zij betreft alle gebieden van de chirurgie bij volwassenen, in nauwe samenwerking met het departement cardiologie, de diensten anesthesie en intensieve verzorging. Gelijktijdig met de zorgactiviteit participeert het departement hartchirurgie in de researchprogramma’s en de opleiding van toekomstige geneesheren-specialisten.